Tips van een puber over hoe om te gaan met pubers

Tips van een puber over hoe om te gaan met pubers

Omdat wij begrijpen dat het soms heel lastig kan zijn met een puber in huis, zijn wij op zoek gegaan naar tips. Hoe kun je nu het beste met een puber omgaan? Natuurlijk kwamen onze pedagogen met legio tips. Handig en pedagogisch verantwoord, maar wij zochten het dichterbij de kern. Hoe dichtbij? Nou heel dichtbij, want wij hebben een tiener bereid gevonden om ons een kijkje te geven in haar gedachten en gevoelens. Dus speciaal voor alle mama’s met een (aanstaande) puber in huis, let op wij hebben er één die tips geeft hoe je het beste met ze om kan gaan.

Tips van een puber

Ik, als (zeer, zeer, zeer recente) ex-puber, kan me heel goed voorstellen dat moeders (en ook vaders) met hun handen in het haar zitten. Want, hoe ga je nu met een puber om? Ik kan daar geen concreet antwoord op geven, wel kan ik het misschien wat makkelijker maken met een aantal tips. Want ook al lijken wij soms wat bozig en eng, we vallen best wel mee hoor!

pubers

Vat het niet persoonlijk op.

First things first, vat wat wij zeggen alsjeblieft niet persoonlijk op. Doe dat niet, dan maak je het jezelf alleen maar moeilijker. Want we weten niet eens wat we zeggen. Het komt er gewoon uit. En meestal menen we het niet eens, hebben we er 10 minuten later weer spijt van. Alleen zijn we dan te eigenwijs om het toe te geven. Want wij weten ook wel dat je echt wel onze moeder blijft, ook al schreeuw ik tien keer per dag dat je mijn moeder niet meer bent. Bij de gedachte dat we zelf onze was moeten doen en eten moeten koken, krijgen we het namelijk Spaans benauwd.

Let it go..let it go..

Laat het gaan. Probeer niet om iets uit je puber te trekken, teveel te bemoeien met ze of constant iets zeggen over het telefoon gebruik. Soms is het fijn om met rust gelaten te worden. Hulp aanvaarden we toch niet. Als er echt iets is, wordt er vanzelf wel om hulp gevraagd. Als je ziet dat iets echt uit de hand loopt is het natuurlijk prima om even op de rem te trappen. Zoals mijn ouders het erg mooi hebben verwoord: zij hebben een vierkantje om mij heen gecreëerd. “Zolang jij binnen dat vierkantje blijft, is er niks aan de hand, mag jij je gang gaan. Ook als je de lijntjes opzoekt, vinden wij het prima. Zelfs als je er 1 of 2 keer over heen gaat. Want van op je bek gaan leer je het snelst en meest. Vallen en weer opstaan. Merken wij dat je regelmatig over dat lijntje heen gaat en op je bek gaat, dan grijpen wij in”.

puber telefoon

Grenzen zijn stom, maar wel goed

Er zijn natuurlijk altijd regels waar iedereen in huis zich aan moet houden, puber of geen puber. Het kan ook echt geen kwaad om deze regels gewoon aan te houden. Laat dat ook niet gaan. Als puber zijnde is alles al zo chaotisch, met alle prikkels en hormonen die overal vandaan lijken te komen. Een beetje structuur is dan soms wel fijn en goed. Nu zeg ik niet dat er ook met liefde aan de regels gehouden wordt. Dat gaat niet vanzelf. Het is belangrijk om van tevoren ook aan te geven waar de grens ligt (zoals het vierkantje). Als dat van tevoren gecommuniceerd wordt kan er rekening mee gehouden worden. Worden er dan alsnog regels overtreden? Dan weten we in ieder geval wat voor consequenties er aan vast zitten en heb je eigenlijk geen poot om op te staan als puber. Dit laatste geven we natuurlijk niet graag toe, maar oke het is wel zo. En ja, natuurlijk proberen we om die grenzen op te zoeken. Het is soms best leuk om jullie uit te dagen, vooral al jullie happen. Maar goed, ook hier geldt weer het vierkantje!

Een beetje liefde

Last but not least. Geef liefde. Laat zien dat je van ze houdt. Erg belangrijk in zo’n fragiele fase van het leven. Midden in een belangrijke ontwikkelingsfase. Afstand nemen van een aantal dingen is niet erg, maar trek je handen er niet volledig van af. En als er duidelijk wordt aangegeven “nu even niet”, dan ook nu even niet. Het is erg lastig uit te leggen, ik ben me er ook van bewust dat het raar klinkt. ‘Geef liefde maar ook weer niet teveel’. ‘Bemoei je er niet mee maar ook weer wel’. Zo gaat dat nu met pubers, helaas. Kijk gewoon goed waar we behoefte aan hebben. Nee is nee, maar met een omweg zijn we soms best te benaderen. Vooral een omweg langs de MC Donalds of Primark. Geef ons ruimte (voedsel, kleding, games, etc) en dan komen wij wel met ons verhaal. Soms moet je er gewoon even op wachten, want als puber is het niet per definitie heel stoer om bij je ouders te komen als je ergens mee zit. Al willen we dat wel het liefst.

moeder dochter

Het is een fase

Ik ga heel eerlijk zijn, ik heb geen rebelse fase gehad in mijn pubertijd. Wel was ik emotioneel erg onstabiel en zat ik vast in een compleet verkeerde omgeving. Door bepaalde omstandigheden op school voelde ik me ook genoodzaakt om alles in mijn eentje te doen. Dan is het wel erg fijn als je ouders hebt die dit zien en die je opvangen.

Volgens mij is het belangrijkste en het beste wat je kan doen in de pubertijd, gewoon houden van je kind. En zie het ook als een fase, want dat is het, niets meer en niets minder. Al kan die fase soms best lastig zijn en lang duren. In de tussen tijd kun je mogelijk herkenning vinden in de blogs van onze ervaringsdeskundige mama’s op Mamazijn. Zo schreef Miryam dit blog over een bezoekje aan de mentor van haar puber dochter. Ook zou je boeken kunnen lezen met daarin tips over hoe om te gaan met pubers. Dit kan jou als ouder ook herkenning en erkenning geven.

Liefs, M

Dit artikel bevat affiliate links. Wanneer jij via deze link een product koopt, dan krijgen wij daar een percentage van mee. Hier merk jij als koper niets van, maar je helpt ons er wel mee.

10 Tips om je kind te leren doorslapen

10 Tips om je kind te leren doorslapen

De meeste mama’s hebben het wel eens meegemaakt, gebroken nachten. Een paar dagen is het wel vol te houden, maar gebeurt dit een langere tijd dan wordt het afzien. Hoe vervelend ook, het is vrij normaal dat je kindje nog niet direct de hele nacht kan doorslapen. Wanneer ze nog baby zijn komen ze vaak iedere paar uur. Baby’s hebben nog geen besef van een dag en nachtritme en komen wanneer ze honger hebben. Gemiddeld slaapt een kind vanaf zes maanden de nacht door. Doorslapen houdt in van 24.00 tot 06.00 uur. Wanneer je kind ouder is, dan kun je verwachten dat hij of zij kan doorslapen van 19.00 tot 07.00 uur. Dit verschilt echter per kind en per nacht. Soms zijn er situaties dat je kind ineens niet meer doorslaapt.

Wij van Mamazijn hebben in samenspraak met een pedagoog 10 tips voor jou op een rij gezet om jouw kind te leren doorslapen.

Wanneer je kind niet doorslaapt

Kinderen hebben vaak moeite met zelfstandig in slaap komen of worden ‘s nachts wakker en kunnen niet meer in slaap komen. Vervelend voor jouw kind, maar ook voor jou als ouder. Slaap is voor een ieder belangrijk. Zo hebben kleuters elf tot dertien uur slaap per dag nodig, kinderen in de basisschoolleeftijd tien tot elf uur en pubers negen uur. Wanneer wij te weinig slapen dan zorgt dit ervoor dat wij minder geconcentreerd zijn, een korter lontje hebben, minder informatie op kunnen nemen, overgewicht kunnen ontwikkelen en een verminderde weerstand kunnen hebben.

Slaapproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben zoals; nog niet moe genoeg zijn of juist oververmoeid, overdag te veel prikkels hebben opgedaan, lichamelijke/medische ongemakken, fasegebonden problemen, nachtelijke angsten of protestgedrag. Wat de oorzaken of consequenties ook zijn, wij weten hoe vervelend het is voor jou als ouder. Daarom hebben wij van Mamazijn 10 gouden tips voor jou, om je kind te leren doorslapen.

10 tips om je kind te leren doorslapen

Tip 1: Structuur en regelmaat overdag
Er wordt wel eens gezegd dat de nacht de spiegel van de dag is. Hoe rustiger en voorspelbaarder de dag is, hoe rustiger de nacht zal zijn. Zorg voor een vast dagritme, vaste speel en rustmomentjes. Dit geeft je kind houvast en zekerheid en draagt bij aan het doorslapen in de nacht. Ga bij jezelf maar na. Wanneer wij een dag hebben met veel nieuwe indrukken, dan is onze nacht vaak ook anders. Het in slaap vallen gaat moeilijker en we slapen onrustig.

Tip 2: Een slaapritueel.
Voor jonge kinderen is een vast naar bed gaan ritueel van belang. De dagelijkse herhaling maar het herkenbaar en veilig voor je kind. Heeft je kind moeite om de dag af te sluiten? Neem dan de tijd voor het bedritueel. Benoem dat de dag ten einde is en waarom je kind moet gaan slapen.

Tip 3: Knuffels om gerust te stellen.
Een knuffel in bed kan je kind troost bieden wanneer hij ‘s nachts wakker wordt. Je kan in plaats van een knuffel ook een speentje of muziekje gebruiken. Wanneer je kind oud genoeg is, kun je met hem overleggen over wat hij graag bij zich wil hebben als hij wakker wordt in de nacht. Dit voorwerp kan hem troost bieden wanneer hij daar behoefte aan heeft. Doorslapen of weer in slaap komen is voor je kleintje met een knuffel in de buurt een stuk gemakkelijker.

Een echte aanrader zijn de Vtech bedtijd beertjes. Ze zijn verkrijgbaar in het roze en het blauw. De beertjes zijn zacht, knuffelerig en spelen liedjes af waarvan je kindje makkelijk in slaap valt. De ster op de buik van het beertje geeft een zacht lichtje.

Vtech bedtijd beertje

Tip 4: Welterusten zeggen.
Leer je kind in zijn eigen bed slapen, door hem moe maar wakker in bed te leggen. Zeg hem welterusten. Maak eventueel in de gang nog wat geluid, zing zachtjes of wens je kind nogmaals welterusten. Jouw stem bevestigd je kind dat je nog in de buurt bent. Dit geeft vaak voldoende steun om in slaap te vallen. Mocht dit nog niet voldoende veiligheid bieden voor je kindje, dan kun je hem ook beloven dat je over vijftien minuten nog eens bij hem komt kijken.

Tip 5: Maak het niet te gezellig.
Wanneer je kind wakker wordt, houdt het dan sober en saai. Praat zo min mogelijk en probeer je kind in bed te laten liggen. Wordt vooral niet boos op je kind, dit werkt juist averechts. Om je kind gerust te stellen kun je een vast troost zinnetje gebruiken. Houdt het zinnetje kort en herhaal het telkens. ‘Mama is hier, ga maar lekker slapen’. Wijk niet af van dit zinnetje, want hoe meer woorden je gebruikt hoe meer jij je kind beloont voor het wakker worden. In het begin voelt dit onnatuurlijk en voel jij je verschrikkelijk, maar het werkt echt!

Tip 6: Duidelijkheid en voorspelbaarheid.
Zoals in eerdere tips al bleek, zorgt voorspelbaarheid en duidelijkheid voor rust bij je kind. Reageer dan ook iedere keer wanneer je kindje wakker wordt, op dezelfde manier. Na zeven keer wakker gemaakt te zijn in de nacht, is dit moeilijk maar houdt vol. Je kind weet zo waar hij aan toe is en zal sneller weer in slaap vallen. Zorg ervoor dat beide ouders op dezelfde voorspelbare en duidelijke manier reageren. Zo voorkom je dat je kind om een van de ouders gaat zeuren.

Tip 7: Sluit oorzaken uit.
Vaak worden kinderen ‘s nachts wakker en beginnen ze te huilen omdat ze jou als ouder nabij willen. Ze zoeken troost. Dit is vaak te verhelpen met de andere tips, maar soms is er iets aan de hand en moet dit uitgezocht worden. Het kan zijn dat je kind wakker wordt door lichamelijke ongemakken of medische klachten. Zo worden kinderen die allergieën hebben, darmklachten, chronische ontstekingen of psychische klachten vaker wakker. Heb je twijfels over de reden waarom je kind vaak wakker wordt, neem dan contact op met je huisarts.

Wat ook een reden kan zijn is dat je kind toe is aan een ander bed. Hierbij gaat het voornamelijk om peuters die nog in een babybed / ledikant slapen. Soms merk je dat slapen in het babybed voor veel drama zorgt, maar dat dit verdwijnt zodra je kleintje in een groter bed ligt. Mama Miriam schreef hier een blog over. Je leest de blog hier

Tip 8: Leer je kind wanneer het uit bed mag.
De meeste kinderen kunnen pas klokkijken vanaf dat ze een jaar of zeven zijn, maar je kan ze al wel eerder leren wanneer ze uit bed mogen komen. Hiervoor kun je een lamp en tijdschakelaar gebruiken. Leg je kindje uit hoe het werkt en oefen hier overdag mee. Wanneer het lampje brandt, dan mag je naar papa en mama toe. Overlaad je kindje met complimentjes wanneer het hem lukt om pas uit bed te komen, zodra het lampje brand.

Slaaptrainers die veel gebruikt worden door mama’s zijn;

De Nijntje slaaptrainer

Nijntje slaaptrainer

ZAZU slaaptrainer Sam

Zazu slaaptrainer Sam

Tip 9: Verplaats je in je kind.
Verplaats je eens letterlijk in je kind. Kruip is in het bed van je kleintje. Wat zie je? Hoe voelt het? Zijn er schaduwen die je eerder niet zag, maar die je kind misschien kunnen beangstigend? Misschien is het wel zo donker op zijn kamertje, dat hij niets ziet wanneer hij wakker schrikt. Soms kunnen het kleine dingen zijn die een oplossing bieden, zoals een nachtlampje of een andere temperatuur in het kamertje.

Tip 10: Vraag hulp.
Ieder mens heeft voldoende slaap nodig. Zonder slaap functioneren we niet goed. Meerdere keren in de nacht wakker worden omdat je kind jou nodig heeft is zwaar. Heel zwaar! Deel je gevoelens, frustratie, vermoeidheid met je partner en anderen uit je omgeving. Vraag om hulp! Misschien kan je partner beter tegen minder slaap dan jij. Laat hem/haar er dan uit gaan. Is het mogelijk dat je kind ergens gaat logeren, zodat jij kan bijtanken? Al is het maar een paar uur in de week dat je even een moment voor jezelf hebt, maar pak het. Je verdiend het!

Welk van deze tips heeft gewerkt om jouw kind(eren) door te laten slapen? Heb je nog een tip die wij gemist hebben, laat het dan weten in de reacties hieronder

Mamazijn logo

Zindelijkheid kind – Dit moet je weten

Zindelijkheid kind – Dit moet je weten

Zindelijkheid van een kindAls ouder heb je waarschijnlijk veel vragen, een bekend onderwerp hierbij is vaak wanneer het kind zindelijk wordt en wat hier aan te doen valt als ouder om dit proces te stimuleren. Geheel logisch, want elke ouder wilt eigenlijk het liefst zijn kinderen zo snel mogelijk zindelijk. Het is als ouder belangrijk bewust te zijn dat je dit proces niet kunt versnellen, een kind wordt pas zindelijk wanneer hij dit zelf wilt. Dwingen heeft dus geen zin. Geduld is dus een schone zaak bij de ontwikkeling van je kind. Wat je wel kunt doen is zaken aanmoedigen als ouder, dit werkt vaak erg goed waar we later ook meer over zullen vertellen.

Wanneer is het kind klaar om zindelijk te worden?

Meestal is dit zo rond twee jaar, dit komt omdat je kind lichamelijk in staat moet zijn om dingen aan te voelen. Wanneer het kindje moet poepen of plassen, dan moet hij bewust zijn dat hij dit moet doen. Wanneer een kind dit lichamelijk niet aanvoelt, dan ziet hij dit niet van te voren aankomen. Pas in een later stadium krijgen ze het door en zijn ze bewust van de aandrang hiervoor. Ook weten ze dan pas wat er aan de hand is, voordat iets gaat gebeuren. Ook moet het kind de controle hebben, want er in het eerste twee jaar vaak niet is. Zo zal het kind genoeg controle moeten hebben over zijn sluitspier, wat betekent dat hij het even kan ophouden en kan laten gaan wanneer hij op het toilet zit.

Opvallend is dat meisjes vaak eerder zindelijk zijn dan jongens in het algemeen, al verschilt dit nog in elke situatie. Als ouder moet je niet te veel bezig zijn met het zindelijker maken van je kind, dit werkt niet en zal eerder beangstigend overkomen. Je kind bepaald zelf zijn eigen ontwikkelingen, net als hij zelf leert praten wanneer hij dat wilt.

Wat kun je als ouder wel doen?

Je vraagt je als ouder natuurlijk af wat je wel kunt doen. Wat je wel kunt doen is je peuter stimuleren, aanmoedigen en belonen in bepaalde situaties. Wanneer je kind er lichamelijk klaar voor is, kun je hem stimuleren. Dit kan door het wc-potje binnen handbereik neer te zetten en proberen duidelijk te maken wat de bedoeling hiervan is. Zo zou je hem er op kunnen zetten als je denkt dat hij zou moeten poepen of plassen, op deze wijze krijgt hij beter door wat de bedoeling is. Wat je als ouder niet moet doen is boos worden als het niet direct lukt, in het begin is de kans groot dat je kind niet direct wilt luisteren. In veel situaties zul je merken dat je kind zelf ook erg trots is wanneer het hem is gelukt.

Wat je ook kunt doen is je kind belonen wanneer hij het goed gedaan heeft, op deze manier krijgt hij door dat hij goed bezig is. Wees zeker niet overstuur in het begin als het niet goed wilt gaan, kinderen zijn vaak aan spelen en hebben het nog niet echt door. Vaak kost het even tijd maar pakt je kind het vanzelf op wanneer hij er klaar voor is en met wat extra aanmoediging gaat het zeker lukken.

Zindelijkheidstraining peuter – Tip voor ouders

Er zijn diverse boeken die aan te raden om door te nemen met je kind. Met leuke afbeeldingen en illustraties krijgt je kind het ook beter door en is het ook nog is leuk om te doen ook. Boeken die aan te raden zijn:

  • Op het potje
  • Je baby op het potje
  • Mag ik eens in je luier kijken?

Of het boek specifiek voor ouders om beter het kind zindelijker te maken:

Het proces van zindelijkheid

Zindelijk worden werkt altijd in stapjes. Kinderen worden altijd eerst overdag zindelijk, wat soms raar klinkt. Ook worden ze eerst zindelijk voor het plassen, waar het poepen later pas gebeurd. Dat ze s’ nachts zindelijk worden duurt dus ook wat langer. Als ouder moet je niet ineens minder drinken geven, zodat hij s’ nachts minder zal plassen. Wat wel aan te raden is om hem nog even op de de pot te zetten voordat hij gaat slapen. Ook kan vaak de luier beter aangelaten worden, tenzij je er vrij zeker van bent dat je kind niet in bed zal plassen. Het laatste wat je wilt is natuurlijk je kind in een nat bed laten slapen.

Wat ook vaak gebeurd is dat het kind ineens terugvalt, net wanneer je denkt dat hij bijna zindelijk is. Dit is gelukkig heel natuurlijk. Je denkt dat hij bijna zindelijk is en van de één op andere dag plast hij weer in zijn broek. Dit heeft vaak een oorzaak, wat in de meeste gevallen te danken is aan stress en spanning. Denk hierbij aan dat hij naar creche toe moet of er is iets ingrijpends gebeurd. Of het feit dat hij een nieuw broertje of zusje krijgt. Het is altijd goed om te kijken wat de oorzaak is, zodat je kunt kijken of je verandering in de situatie kunt brengen en hem beter gerust kunt stellen. Het is vaak een kwestie van tijd voordat het zelf weer over gaat, wees dus niet bang hiervoor.

Nog niet zindelijk en het kind moet naar school?

Ook dit is een situatie die vaker voorkomt. Als ouder wil je natuurlijk dat je kind zindelijk is, maar je kunt hier niet teveel tegen doen. En zoals eerder gezegd: dwingen is geen optie. Zo circa 15% is nog niet zindelijk bij een leeftijd van vijf jaar. Het komt dus vaak voor. Het beste is om dit geval de school te raadplegen en hierover te vertellen. Er zijn scholen die eisen hebben hierover, omdat de leraren hier geen tijd voor hebben. Andere scholen vinden het weer een minder probleem. Het is dus altijd goed om even te overleggen.

Motorische ontwikkeling baby eerste jaar

Motorische ontwikkeling baby eerste jaar

Motorische ontwikkelingen van een babyElke baby ontwikkelt zich op zijn eigen tempo de eerste jaren. Baby’s ontwikkelen zich enorm snel op vele gebieden, zo ook natuurlijk op motorisch vlak. Zo ontwikkelt de baby zich binnen twee jaar van baby naar een peuter die ‘zelfstandig’ is. Wat betekent dat er dus vele ontwikkelingen zijn in deze tijd. Tijdens het leren van de motorische ontwikkelingen, gaat er natuurlijk veel fout. Veel ontwikkelingen gaan met vallen en opstaan bij een baby. In dit artikel zullen wij ingaan op de ontwikkelingen van de baby tot en met 5 jaar.

Zo krijg je een goede indicatie wanneer hij leert kruipen, draaien, zitten, tijgeren, staan en nog veel meer.

Eerste maand

In de eerste maand leert de baby zowel op de buik als op de rug liggen waarbij de armen en benen meestal gebogen zijn. Daarnaast leert de baby zijn vuistjes gebald te krijgen, leert hij langzaam een grijpreflex te krijgen met zijn handen en na circa een maand kan de baby zijn hoofd enkele seconden overeind houden.

Tweede maand

In de tweede maand kan de baby in rugligging al wat meer, nu kan hij namelijk zwaaibewegingen maken met de armen, symmetrische stootbewegingen met armen en benen en de ogen kunnen een bewegend object volgen. Maar ook in buikligging kan de baby meer. Zo kan hij zijn hoofd en ouders optillen tot het gezicht 45° geheven is. In zittende houding kan de baby ook het hoofd iets langer omhoog houden en inmiddels kan de baby ook wat kruipbewegingen maken met armen en benen. Ten slotte zijn de knieën niet meer steeds opgetrokken tegen de buik

Derde maand

In de derde maand kan de baby al iets vasthouden met meerdere vingers, wel alleen als het de hand aanraakt. Ook kan de grijpreflex van de baby passief onderbroken worden. Inmiddels kunnen de heupen ook wat meer gestrekt worden en zijn de kin en schouders wat meer opgericht in de buikligging. Hierbij steunt de baby veel op zijn onderarmen. Ook leuk is dat de baby meer bewegingen maakt in bad inmiddels.

Vierde maand

Vanaf de vierde maand kan de baby zijn hoofd iets opgericht houden. In zithouding kan hij vaak het hoofd helemaal rechthouden met wat steun. Ook leuk is dat de baby vanaf de zij op de rug kan rollen. Ook de handen kan hij beter gebruiken vanaf de vierde maand, zo kan de baby inmiddels iets helemaal vasthouden met zijn handjes en zul je de baby wellicht zelfs zien slaan op een object met zijn handjes.

Ten slotte kan het kindje het hoofd ook verder draaien bij het volgen een object.

Vijfde maand

Inmiddels kan het hoofdje van het kindje ook in de rugligging verder opgericht worden. Een belangrijke ontwikkeling is dat de baby ook van de buik naar de rug kan rollen. In de buikligging steunt hij voornamelijk nog op de onderarmen en begint hij langzaam te steunen op zijn handpalmen. Vaak kan de baby ook met een beetje steun zelf zitten. Ook de handen hebben zich verder ontwikkeld: zo kan de baby het object vastpakken met een vlakke hand en pakt hij graag voorwerpen vast. Tevens zullen de ogen nu ook beter mee doen, ze volgen de handen nu beter.

Zesde maand

In de buikligging kan het inmiddels steunen op de handen, armen en vingers gestrekt wat betekent dat er meer bewegingsvrijheid zit voor het hoofd en schouders. Ook kunnen de benen beter worden gebruikt, wat je vaak ziet als de baby iets wilt pakken. Ook het zitten gaat in het algemeen beter, de baby kan nu vaak een minuut in zittende houding zitten. Ook het staan begint zich nu goed te ontwikkelen, de baby kan staan met steun van armen en benen. Waarbij de benen het grootste gedeelte dragen. Ook leert hij de duim beter gebruiken wat een belangrijke ontwikkeling is.

Zevende maand

Vanaf de zevende maand ongeveer kan de baby eenvoudig vanaf de buik naar de rug rollen en van de rug weer via de zij naar de buik. Ook tijdens de staande houding kan het rustig een voet optillen inmiddels. Wat je ook vaak ziet in deze periode is dat de baby alles vastpakt en er het liefst mee slaat.

Achtste maand

Inmiddels kan het kind in de buikligging zelfs op één hand steunen, waarbij de andere hand bijvoorbeeld een object kan vastpakken. Nu zie je de baby hierdoor ook meer bewegen met zijn amen en benen om een object of voorwerp vast te pakken. Inmiddels probeert de baby een poging te doen tot lopen, maar komt hij vaak nog niet echt vooruit. In deze periode zie je ook vaak dat een kind alles graag gooit, waardoor speelgoed overal gaat liggen in het huis! Inmiddels kan het kind ook twee verschillende voorwerpen vasthouden, met elk voorwerp in een andere hand.

Negen en tiende maand

De baby kan inmiddels steeds eenvoudiger staan met wat steun en heeft een betere coördinatie ontwikkelt. Zo gaat hij vaak zelf rustig zitten bijvoorbeeld. Wat ook opvalt is dat de baby een betere evenwicht heeft ontwikkelt. Ook pakt de baby veel kleine objecten met de vingers en gebruikt hij de wijsvinger veel.

Elfde en twaalfde maand

De baby kan inmiddels aardig bewegen, hij is veel losser en het bovenlichaam beweegt zich een stuk beter. Inmiddels kan de baby zelfstandig gaan zitten door op de buik te rollen, de benen te buigen en met de armen af te zetten. Ook leert de baby dat hij kan staan via de handen en voeten te gebruiken. En met hulp kan hij zelfs al een beetje lopen. Vaak zie je dat de baby ook het meubilair gebruikt om te staan. Na de twaalf maanden zie je vaak dat het kind zelfstandig kan lopen.

Het belang van de motorische ontwikkelingen van de baby

De motorische ontwikkelingen zijn erg belangrijk, het zijn alle handelingen die het kind nodig heeft in het leven. Uiteraard verschilt het per baby hoe snel ze het weer oppakken, wees dus niet bang als je kind wat achterloopt of zelfs vooruit loopt. Dit gebeurd erg vaak. Het is goed om het in de gaten te houden zodat je een indicatie hebt welke ontwikkelingen je kind allemaal al heeft meegemaakt. Bovenstaand schema geeft je een leidraad om het in de gaten te houden. Je zult je kind vaak zien vallen, dit betekent dat hij zich aan het ontwikkelen is en dat hij bezig is met nieuwe bewegingen uit te proberen. Een goede tip om meer interactie en ontwikkelingen te leren is om baby speelgoed te geven. Wat wel belangrijk is, is dat je huis wel kindveilig is. Zorg dus dat er geen gevaarlijke objecten voor de hand van het kind liggen en hij zich niet eenvoudig ergens aan kan stoten.

Tips om de baby meer te leren praten

Tips om de baby meer te leren praten

baby leren pratenWaar we in het vorige artikel hebben geschreven over wanneer het kind leert praten, gaan we hier specifiek in hoe je kunt stimuleren om de baby meer te leren praten. De taalontwikkeling is namelijk erg belangrijk voor een kind, het is daarom cruciaal als ouders hier veel tijd aan te besteden zodat het kind zich zo goed mogelijk ontwikkeld.

De eerste woordjes zijn altijd geweldig om te horen, een moment dat je het liefst zou vastleggen. Leuk is dat baby’s en kinderen veel woorden zeggen, zonder dat ze het begrijpen wat het eigenlijk betekent. Als ouder is het belangrijk om veel tegen je baby te praten. Ook al begrijpt de baby het niet. Probeer daarom zoveel mogelijk te praten. Stel daarbij vragen aan de baby als er actie wordt ondernomen, denk bijvoorbeeld aan:

  • Wil je wat wat drinken?
  • Ga je mee naar buiten?
  • Zullen we naar opa en oma toe gaan?

Wat goed is om vervolgens te doen is altijd het kind de kans te geven iets terug te brabbelen. Geef de ruimte en tijd om het kind wat geluiden te maken. Hier kun je zelf vervolgens ook weer op reageren met een antwoord. Wees wel bewust dat je niet in babytaal gaat praten, maar praat gewoon normaal. Van het spreken in babytaal, leert het kind namelijk niks.

Bij drie maanden begint je kind te brabbelen. Hierin zegt de baby eigenlijk niks, maar probeert hij wel te communiceren met je. Wat baby’s leuk vinden is hier een reactie op krijgen, zorg dus als ouder dat je hier altijd op reageert. Doe dit zoveel mogelijk als de baby een geluid maakt. Dit heeft namelijk een stimulerend effect, een baby ziet dan in om dit vaker te doen als hij een reactie krijgt. Langzamerhand leert een kind zo meerdere klanken ontdekken. Ook zingen kan helpen om de kind beter te leren praten, regelmatig in huis zingen is dus zeker aan te raden als je hier van houdt!

Bij negen maanden is het kind inmiddels alweer een stukje verder ontwikkeld. Hier ziet hij verbanden tussen het gedrag en wat er wordt gezegd. Leuk is dat je in deze tijd het kind kunt stimuleren om te praten door bijvoorbeeld:

  • Spelletjes te spelen
  • Plaatjes te laten zien
  • Kleine opdrachtjes te geven

Voornamelijk plaatjes laten zien kan goed werken. Denk bijvoorbeeld aan het laten zien van steden, woorden of dieren wat ze vaak erg leuk vinden. Ook geluiden kunnen goed werken, als jij als ouder een geluid nadoet van een dier zal het kind je imiteren waarna je verteld wat voor dier je nadoet.

Tussen de tien en viertien maanden oud leert je kind de eerste woorden vaak zeggen. Dit zijn vaak de belangrijkste woorden die hij vaak hoort, denk hierbij aan mama en papa. In deze tijd pakt je kind het beter op om nieuwe woorden te leren, al gaat het nog niet zo snel. Probeer goed aandacht te besteden als ouder om nieuwe woorden te leren voor het kind.

Na 1,5 jaar is het goed om het kind te stimuleren te leren praten door voor te lezen. Elke dag even voorlezen uit een kinderboekje doet wonderen. Zo leert hij dagelijks nieuwe wonderen en kan hij vaak zo slapen hierna. Na 18 maanden begint je kind met het maken van kortere zinnen,  het is hierbij belangrijk dat je kind voelt dat je begrijpt wat hij zegt. Het is daarom altijd belangrijk om goed te antwoorden als je kind wat wilt zeggen. Als voorbeeld wanneer het kind zegt ‘kat lief’, waarop je zelf reageert: ja, de kat is lief? Zo leert je kind beter de juiste woorden gebruiken.

Alle tips op een rij

  • Zorg dat je veel praat tegen je kind. Probeer als ware gesprekjes te beginnen en antwoord op je kind als hij wat probeert te brabbelen.
  • Start met voorlezen van boekjes bij de leeftijd van circa 18 maanden.
  • Laat plaatjes zien en benoem deze.
  • Wanneer je kind korte zinnen maakt, probeer deze vollediger te maken. Doe dit op een vrolijke manier zodat hij langzamerhand meer woorden leert kennen en grotere zinnen leert maken.
  • Benoem zaken waar je kind naar kijkt. Loop je met je kind ergens, benoem zoveel mogelijk. Zo leert hij nieuwe woorden ontdekken.
  • Let op dat je zelf niet praat als een baby, praat als een ouder. Anders gaat je kind het zelf ook niet leren. Een kind leert wat hij hoort. Let dus altijd even goed op je stem en klanken, het gebruik van verschillende tonen en klanken is belangrijk.
  • Let ook op de lichaamstaal wanneer je wat wilt uitstralen.
  • Bepaalde baby speelgoed kan helpen voor meer interactie.

Leuke weetjes

  • Wist je dat baby’s tussen de 18 en 24 maanden ruim 200 woorden leren?
  • Wanneer kinderen een ouder broertje of zusje hebben, ze vaak later praten.
  • Wanneer een kind opgroeit in een omgeving waar op veel gevarieerde manieren wordt gesproken, het kind vaak beter start op school.
  • Een kind dat borstvoeding krijgt brabbelt eerder dan een baby die flesvoeding krijgt.
Wanneer leert je kind praten?

Wanneer leert je kind praten?

Kind leert pratenAls ouder wil je natuurlijk weten wanneer je kind leert te praten, dit is een cruciale ontwikkeling voor het kind. En dat wil je als ouder uiteraard goed bij houden. Kinderen leren te praten in de eerste twee tot drie jaar. Hieronder zullen we uitlichten per maand wat de kinderen ongeveer leren, zodat je zelf het een beetje bij kunt houden bij je eigen kind.

1 tot 3 maanden

Praten doen ze eigenlijk nog niet echt, de communicatie die er bij baby’s is, is voornamelijk huilen. Wat wel geconstateerd kan worden is of een baby huilt omdat hij voeding wilt of omdat hij moe is. Daarnaast zie je de baby’s regelmatig brabbelen, kuchen of zuchten.

4 maanden

In deze periode begint hij langzamerhand te brabbelen. Hier kan de baby soms zijn eerste woordje zeggen als ‘mama’ of ‘papa’. Echt praten is het nog niet, vaak probeert het kind wat te brabbelen zonder dat hier echt wat uitkomt.

6 tot 9 maanden

In deze tijd zal de baby een stuk meer brabbelen. Langzamerhand wordt het brabbelen iets logischer en begint het meer op praten te lijken. De baby leert langzamerhand tonen en klanken te gebruiken die hij hoort. In deze fase kun je ook beter je baby leren praten, door zelf veel te praten tegen hem.

12 tot 17 maanden

Na een jaar leert je baby vaak een aantal woorden die hij vaak als antwoord gebruikt. Je zult merken dat hij vaak dezelfde woorden gebruikt. Ook begint de baby nu te intoneren wanneer hij wat wilt overbrengen. Leuk om te zien in deze periode is dat de baby bewust wordt dat hij met woorden zaken voor elkaar krijgt. Hierdoor wilt hij vaak ook steeds meer praten. Ook zul je merken dat de klank soms hoog is bij een vragend woord.

18 tot 24 maanden

Je zult merken dat het kind hier snel leert praten. Het kind pakt nu alles veel sneller op. Hij leert hier zelfs wel tien of meer woorden op een dag en gaat hier ook langzamerhand zinnen proberen te maken. Dit start vaak met kleinere zinnen van enkele woorden. Ook leuk om te zien is dat de baby vaak zelfstandige naamwoorden door elkaar haalt.

25 tot 36 maanden

In deze tijd groeit de vocabulaire van het kind enorm. Hier leert hij hele zinnen te maken met vaak simpelere woorden. Opvallend in deze periode is dat kinderen moeite hebben met het gebruiken van de juiste volume, zo praten ze soms te hard. Rond de drie jaar kan een kind vaak normaal praten met een juiste spraakpatroon.

Elk kind is anders

Het bovenstaande scheme is natuurlijk per kind verschillend. Sommige kinderen lopen voor, sommigen lopen achter en dat kan ook heel normaal zijn. Elk kind ontwikkelt zich anders. Als ouder hoef je dus ook niet direct zorgen te maken als je kind wat achterloopt. Wanneer je echter constateert of het gevoel hebt dat je kind wel erg ver achterloopt, dan is het goed om je huisarts hierover te raadplegen.

In een ander artikel op onze website geven wij tips om het kind beter te leren praten.

Ja Nee